9 april 2016

Lachend komt Femke Halsema binnen. Precies op tijd. Eerst die bos grote, donkere krullen, dan die aanstekelijk lach; hard, ondeugend. Ze is opvallend ontspannen. Heel anders dan ik haar in Den Haag had meegemaakt. ‘Ik wilde het misschien wel te goed doen allemaal’, zegt ze daarover. ‘En daar hoort een bepaalde spanning bij.’ Maar die is er dus nu niet meer. Zes jaar geleden kondigde ze nogal onverwachts aan dat ze ging stoppen. Niet alleen als fractievoorzitter van GroenLinks, maar helemaal met de politiek. Het was genoeg. Over de zes jaar die daarop volgde schreef ze een boek, Pluche. En daarom zit ik nu tegenover haar, om haar hierover te interviewen voor weekblad Margriet. Ze vertelt bevlogen, opgetogen, en soms stil, haar woorden afwegend. Eerlijk geeft ze toe dat ze op haar hoede is tijdens interviews, een overblijfsel uit haar Haagse jaren. ‘Maar dit gaat lekker’, vindt ze. ‘We gaan toch wel eten?’, vraagt ze halverwege het interview. En zo gaat de koffie over in lunch. Want zo’n gesprek is het, dat je niet wilt stoppen omdat het zo lekker gaat. Dat je niet meer doorhebt dat er een dictafoon op tafel ligt. En dat je voor je het weet verwikkeld raakt in een hilarisch gesprek over rompertjes strijken midden in de nacht, in slaap vallen op de bank en het leven met pubers. Ze wilde eigenlijk actrice worden, maar het liep toch anders. Terugkijkend op haar politieke loopbaan vindt ze dat ze het niet slecht heeft gedaan. ‘Ik behoorde tot de honderdvijftig bevoorrechtste mensen van Nederland. Ik was daar waar het allemaal gebeurde. Niet slecht voor een havoleerling met acteerambities uit Enschede.’

Daarna moet ze nog op de foto. Niet haar favoriete onderdeel van een interview. ‘De stylist vroeg of ik geel aan wilde trekken. Géél…heb jij dat in je kast hangen? Nee toch? Nou ik ook niet.’ Hoe lang het gaat duren vraagt ze, om zich daarna helemaal over te geven. Zo erg is het nou ook weer niet. Weer die lach, hard en ondeugend. Ik vond haar als politicus verfrissend, tegendraads, onderscheidend. Ze stond haar mannetje, vaak als enige vrouw tussen een bundel grijze pakken. Ik mis haar soms in die politieke arena, juist omdat ze zo heerlijk anders was. Maar zij mist het niet, het is nu tijd om die andere dromen en ambities waar te maken: een roman schrijven, of een filmscenario. En een tijdje in het buitenland wonen staat ook nog op haar verlanglijstje. Heeft ze haast met al die dromen? Dit jaar wordt ze immers vijftig. ‘We gaan het toch niet over mijn leeftijd hebben? Ik zie mezelf gewoon nog niet als vijftigjarige vrouw, maar anderen zien dat wel. Want die rimpels en grijze haren zijn er gewoon hoor.’ Dan vraag ze gekscherend hoe dat zit met haar vetorecht, want ‘Dat laatste wil ik niet in het interview hoor.’

Lees het hele interview op Blendle

 

 



<<< Overzicht