7 oktober 2016

Lange tijd heb ik me geërgerd aan de stapels verzamelde spullen op onze trap. En dan heb ik het niet over een hoopje magazines of shirts dat naar boven of naar beneden moet worden getransporteerd, maar serieuze stapels spullen. Je zou kunnen zeggen dat er genoeg andere nijpende zaken zijn om je aan te ergeren, maar als het op binnenshuisergernissen aankomt stond dit toch echt bovenaan mijn lijst. Nog boven het wildplassen in de wc door bepaalde huisgenoten en een niet opgeruimde keuken bij thuiskomst.

Met twee pubers, die de trap als verlengstuk van hun puberhonken beschouwen, werd de trap een steeds meer dichtslibbende levensader in huis. De kasten op hun kamers zijn leeg, de trap overvol. Elke tree nodigt uit tot verzamelen. Schone was, vieze was, boeken, schooltassen, sportkleren, borden, bekers, schoenen, natte handdoeken. Mijn pubers betoogden als verstokte rokers dat het met die dichtgeslibde ader wel meeviel. Soepel bewogen ze zich door henzelf gecreëerde orde op de trap als een stroompje bloed dat zich een weg baant door de opeengehoopte cholesterol en vetten. De regel: dat wat op de trap staat neem je mee naar boven of beneden leken ze niet te begrijpen. En dus had ik vaak mijn handen vol als ik me verticaal door het huis bewoog. Wat overigens geen lege trap opleverde omdat een maagdelijk lege trap onmiddellijk uitnodigt tot opeenhopen. En lag er op de terugweg naar beneden terstond een nieuw stapeltje. Dat moest anders. Om de noodzaak tot opruimen te onderstrepen liep ik lange tijd met lege handen de trap op en af. Want bij gebrek aan loopruimte op diezelfde trap zou iemand toch een keer moeten denken: misschien moet ik mijn spullen hun eigenlijke plek weer geven. Het gebeurde niet. De treden vulden zich met allerhande spullen, nu niet alleen van mijn pubers, maar ook van de mister die meeging in het gemak van dat wat je kwijt moet deponeer je op de trap. Mijn huisgenoten bleken ook nog eens allemaal uit te blinken in hinkstapsprongtraplopen, een atletische discipline die ik ontbeer. Met als gevolg een dikke pols na het uitglijden over een overvolle traptrede. Wat achteraf gezien niet zo heel erg is, omdat een wit verband gepaard met tranen meer doet dan gemopper over troep op de trap. Zwaaiend met mijn in verband gestoken pols kon ineens iedereen wel zijn spullen mee naar boven of beneden nemen. En had ik mijn lege trap.

Na een dag voelde het al ongemakkelijk. Want door het ergeren aan de overvolle trap zag ik over het hoofd dat die trap de boodschapper is van ons drukke familieleven. Aan het aantal schoenen en jassen op de trap weet ik hoeveel pubers er boven vertoeven. Liggen er boeken, dan is het huiswerk gedaan. Staat de schooltas nog ingepakt dan moet er een kind tot huiswerk maken worden gemaand. Sportkleren in een tas dan eet iemand later, sportkleren uit de tas dan kan de wasmachine aan. Natte handdoek? Dan hoef ik me niet te bemoeien met de persoonlijke hygiëne van mijn pubers. Een boor met een handvol schroeven? De mister is aan het klussen. Bij binnenkomst wist ik meteen wat de situatie thuis was. Die overvolle trap met familie-informatie voorkwam bovendien geschreeuw van beneden naar boven en vice versa. Een blik op de trap was immers genoeg om te weten hoe de zaken ervoor stonden. En dus mocht onder mijn toeziend oog de trap weer vol slibben. Met mate uiteraard, opdat er geen ongelukken gebeuren. Gelukkig hoef ik maar te refereren aan die week waarin mijn huisgenoten alles voor mij moesten doen vanwege mijn gekneusde pootje. Dat is voldoende om de trap veilig begaanbaar te maken.

 

 



<<< Overzicht