7 januari 2017

Laatst had ik de slappe lach met mijn dochter. We lagen voorovergebogen op de grond voor de bank en hielden onze buiken krampachtig vast - iets wat je gek genoeg doet als je heel hard moet lachen. Alleen al het gehinnik van de ander was genoeg om zonder naar elkaar te kijken een nieuw lachsalvo aan te halen. En zoals dat gaat met de slappe lach, erna wisten we niet meer waarom we zo moesten lachen. Terwijl ik onderuitgezakt tegen haar en de bank hing en ik in haar kleine lichaam het gieren voelde overgaan in grinniken realiseerde ik me ineens dat ik dat zo ontzettend mis, het onbedaarlijk samen kunnen lachen met mijn moeder.

Er zijn maar weinig mensen met wie je de slappe lach kunt hebben. Zo’n echte slappe lach, dat je kaken pijn doen, steken in je buikspieren schieten en je na het brullen een droge onderbroek aan moet. Met mijn vriendinnetje Nina kon ik dat. Onze ouders werden gek van het onbeschaamde gedijenklets en stuurden ons menigmaal de deur uit om maar van het oeverloze gesnik af te zijn. Die keer dat ik in de trein met haar de slappe lach kreeg was niet alleen uitermate storend voor de medereizigers om ons heen, het was ook nogal memorabel vanwege nattigheid op de grond en het ontbreken van droog ondergoed. Zo’n slappe lach krijg je eigenlijk alleen met gelijkgestemden. Met hen die dezelfde mesjogge kijk op zaken hebben. En die van harte schaterlachend er vol met je ingaan. Zo vol dat je binnen een paar seconden voelt: dit is niet zo maar een potje lachen, dit is ongecontroleerd brullen. En dat voor je het weet je hersenen nauwelijks nog signalen naar je spieren kunnen zenden en je de controle over je lichaam verliest. En wordt de lach, die begon als gewoon een doorsnee gezamenlijk gegiechel, een golf van geproest die over je heen spoelt en met geen mogelijkheid te stoppen is. Met mijn moeder kon ik dat dus ook. We hebben een keer een verwarmingsmonteur de deur uit gelachen omdat hij na gedane zaken nog iets wilde bespreken, maar mijn moeder niet meer in staat was om zijn vragen te beantwoorden omdat ze met mij in een lachstuip schoot. De beste man stond erbij terwijl wij ons aan de deurpost moesten vasthouden. Na een kwartier zei hij dat hij er maar vandoor ging. Mijn moeder en ik kregen op de meest ongepaste momenten, tijdens de nachtmis in de kerk en toen een speech werd voorgedragen op een bruiloft, de slappe lach. Op eveneens ongepaste plekken. We hebben ons al lachend en plasinhoudend door een drukke winkelstraat moeten manoeuvreren, de auto langs de A8 moeten zetten, en werden we ooit weggestuurd van een begraafplaats.

Met mijn moeder deelde ik een bijzonder gevoel voor humor. We hadden dezelfde snelle klik, zo’n splitseconde waarin je weet dat de ander precies hetzelfde ziet en denkt. En dat je weet: nu gaat het komen. Waar mijn moeder en ik op andere fronten behoorlijk konden botsten, waren we hierin één. Ruzies konden hoog oplopen, we konden nog zo boos op elkaar zijn, uiteindelijk kwam altijd weer het moment dat we schaterlachend tegen elkaar aanhingen. Het zijn, terugkijkend, misschien wel de meest intieme momenten die ik met haar deelde. Als je de slappe lach hebt ben je immers vrij, los van alles, en helemaal jezelf. En in die vrijheid en losheid leerde ik haar nog beter kennen, en ging ik nog meer van haar houden. Vandaag zou ze 74 zijn geworden. Ze is er al 19 jaar niet meer. Van alle dingen die ik aan mijn moeder mis, mis ik haar mooie, ronde, volle lach het meest. Wat zou ik graag nog een keer samen met haar voorovergebogen op de grond tegen de bank aan willen hangen en onbedaarlijk lachen. 

 



<<< Overzicht