‘IK GELOOF NIET DAT IK OOIT VOLLEDIG in balans BEN GEWEEST’

Aan de vooravond van Margriet Winter Fair in háár stad Den Bosch praten we met schrijfster Esther Verhoef over onder andere haar nieuwe boek. Geen thriller deze keer, want: “de wereld komt de laatste tijd al hard genoeg binnen.”

 

Midden in Den Bosch, vlak bij de bekende Sint-Janskathedraal, heeft auteur Esther Verhoef haar pied-à-terre. In een klein straatje, waar de drukte van de stad wegvalt, kan ze in alle rust schrijven. Een kleine tien minuten verderop is haar andere huis, waar ze met man Berry en hun jongste dochter woont hun zoon en oudste dochter zijn het huis uit. Ze is geboren en getogen in deze stad, in een volkswijkje waar iedereen een oom of tante was. In haar laatst verschenen roman, Nazomer, staat zo’n volkswijk centraal. Esther:

“Wat ik, terugkijkend, mooi vind aan zo’n volkswijk is de cohesie die mensen onderling kunnen hebben. Iedereen in de straat kent jou, alle vrouwen van een bepaalde leeftijd noemde je tante: tante Riek, tante Dinie, tante Thea, en hun mannen waren ooms. We gingen elke zaterdag, en het kwam niet in je op om niet te gaan, eten bij mijn oma. Dan zaten we daar in haar keukentje. Mijn ouders, zus, ik, aanhang, iedereen schoof aan. Er werden overal krukjes vandaan getoverd en tussen de stoelen gezet. Die saam­horigheid en dat gevoel van ergens vanzelfsprekend bij te horen, dat ken ik niet meer. En dat is niet alleen in Den Bosch zo. Een vriendin groeide op in Amsterdam, in de Jordaan, en die zei dat dat vroeger daar ook zo ging. Maar dat is weg.”

Hoe was jouw jeugd in Den Bosch?

“Die was wisselend. Op school en in de wijk was het de hel. Ik had totaal geen aansluiting bij leeftijdsgenootjes. Dus dat was best moeilijk. Aan de andere kant was er thuis, waar ik een lieve vader en moeder had en waar het fijn en warm was. Het was vrij vroeg duidelijk dat ik wilde schrijven. Als kind maakte ik al boeken, over hoe je je kanarie verzorgt, of schreef ik enge scènes. Soms werd ik midden in de nacht wakker en moest ik gewoon de zinnen in mijn hoofd opschrijven. Dan kwam mijn vader om drie uur ’s nachts mijn kamer binnen om te vragen of ik wel wist hoe laat het was. Mijn vader speelde eerst Spaanse gitaar en ging later close harmony doen. Dat is een soort hogeschool meerstemmig zingen. Avonden was hij aan het repeteren om het onder de knie te krijgen. Dat herken ik wel. Ik zal nooit zomaar iets schrijven, ik wil het onderwerp me helemaal eigen maken. Voor Nazomer ben ik de wereld van de mode in gedoken omdat de hoofdpersoon modeontwerpster is. Ik wist echt helemaal niks, kon bij wijze van spreken nog geen wol van katoen onderscheiden, dus het was een hele klus om me die wereld eigen te maken. Maar het moet voor mij kloppen met de werkelijkheid. Voelt het voor mij echt, dan komt het ook voor de lezer dichtbij. Dat vastbijten deed mijn moeder overigens ook. Ze was geen doorsneehuisvrouw. Ze kleedde zich altijd mooi aan, excentriek ook wel.

‘Onze oudste dochter zei dat als ze een gezin heeft, ze ook een aantal jaar in een ander land wil gaan wonen. EEN MOOI COMPLIMENT!’

Ze repareerde oude klokken die ze met mijn vader op een of andere veiling op de kop tikte. Thuis haalde ze die dingen aan de keukentafel uit elkaar en pakte de soldeerbout erbij. Later deed ze dat met oude flipperkasten. Dat was echt geweldig. Dan kwam ik uit school, en speelden we samen een potje flipper. Op zolder hadden we een Elton Johnflipperkast, met een enorme bril die oplichtte als je een bepaalde score had. Dat ding was constant stuk, omdat er zo’n zenuwachtige bedrading in zat. Maar mijn moeder draaide daar haar hand niet voor om. Ze had nooit iets over techniek geleerd, maar heeft het zichzelf eigen gemaakt. Net zoals ze nu met haar kleinkinderen op Snapchat zit. Ik vind het bijzonder om te zien dat zij, en mijn vader, nog altijd willen leren, en groeien.”

In je roman Nazomer worstelt hoofdpersoon Claudia zich los uit dat milieu, heb jij dat ook gedaan?

“Een volkswijk is een heerlijk warm bad, een veilige omgeving waar je tegen aan kunt leunen. Maar de mensen op wie je kunt bouwen, kunnen je ook beperken. Je wordt gekaderd door de omgeving waarin je leeft. Hoe groot de invloed van je omgeving is merkte ik toen ik in 2004 naar Frankrijk verhuisde. Daar moesten mensen mij opnieuw leren kennen, maar ik mezelf ook. Alle stempels waaraan ik in Nederland gewend was - de vrouw van, de moeder van, de schrijfster van - vielen daar weg. Dat is heel bevrijdend. Alles lag open, alles was mogelijk.”

Zijn er keuzes in jouw leven waarvan je denkt: had ik maar..?

“Ik heb het lang heel jammer gevonden dat ik niet heb doorgestudeerd. Ik ben na mijn middelbare school snel gaan werken omdat ik zelfstandig wilde zijn. Maar nu terugkijkend denk ik dat de universiteit een fijn nest voor mij was geweest. Ik zat als kind voor de lol Latijn te leren en ik was geïnteresseerd in geschiedenis, ik las me helemaal suf aan studieboeken in de bibliotheek. Ik heb het jarenlang heel vervelend gevonden, maar nu denk ik: ik ben er toch ook gekomen zonder die studie. Ik heb er inmiddels geen spijt meer van, maar ben wel heel blij dat mijn kinderen studeren. Ik vond het ook een tijdje jammer dat we na vier jaar terug naar Nederland zijn gegaan, ik had het enorm naar mijn zin in Frankrijk. Maar voor oudere kinderen is het leuker in Den Bosch. Het wemelt hier van de opleidingen, sportclubs en festivals en alles is lekker dichtbij. Wij zaten in Frankrijk op twee uur rijden van de dichtstbijzijnde grote stad. Bussen rijden er niet. Jongeren vervelen zich er te pletter.”

Kom je nog veel in Frankrijk?

“We hebben gelukkig ons huis kunnen houden. Dat voelt voor ons allemaal ook echt als ons gezamenlijk thuis. De kinderen zijn daar opgegroeid, die hebben daar een deel van hun roots liggen, vrienden wonen, en ze spreken de taal. Elke zomer willen ze er nog naartoe. Onze oudste dochter zei laatst dat als ze een gezin heeft, ze ook een aantal jaar in een ander land wil gaan wonen. Ik vond dat een mooi compliment.”

Je pendelt vaak tussen twee werelden. Tussen die van romans en thrillers, van gefocust schrijven en een druk huishouden, van Frankrijk en Nederland. Is dat lastig of juist heel aangenaam?

“Ik geloof niet dat ik ooit in mijn leven volledig in balans ben geweest. God verhoede dat het ook een keer gaat gebeuren. Die afwisseling heb ik nodig, zowel in mijn werk als privé. Daarom schrijf ik ook verschillende genres en heb ik het geluk dat ik de hectische Bossche binnenstad kan afwisselen met het rustige Franse platteland. En loop ik de ene dag in joggingbroek en de andere dag op hoge hakken. Ik vind het heel fijn dat ik mijn leven zo heb kunnen indelen, zo blijf ik ook geestelijk en lichamelijk gezond. Ik vond het vroeger als kind afschuwelijk dat ik elke dag naar school moest. Niet omdat ik moest leren, dat vond ik leuk, maar dat dwingende dat ik daar elke dag op een bepaalde tijd moest zijn.”

Is er een verschil tussen Esther de auteur en de Esther die thuis op de bank zit?

“Ik ben natuurlijk dezelfde persoon, alleen schakel ik moeilijk tussen de binnen- en buitenwereld. Als ik niet schrijf, heb ik een druk sociaal leven. Ben ik met een boek bezig, dan communiceer ik amper, ben ik vrijwel alleen met dat schrijfproces bezig. Als ik contact heb met mensen, buiten mijn eigen gezin uiteraard, is het ten behoeve van het boek. En nee, dat vinden ze thuis niet erg, ik krijg in elk geval geen klachten. Ze zijn er ook aan gewend. Ze weten: oké, ze zit in een schrijfproces.”

Als ik aan je kinderen zou vragen wat voor moeder jij bent, wat zullen ze dan antwoorden?

“Ik denk dat als je het mijn kinderen zou vragen, ze zullen zeggen dat ik best relaxed ben, en zeker niet streng. Ik vind het belangrijk dat ze voor zichzelf leren denken. Ze mogen gerust vraagtekens zetten bij dingen die ze voorgeschoteld krijgen. Ik zal ze altijd ondersteunen in hun keuzes, maar zal ook de andere kant zo veel mogelijk laten zien. Ik wil ook dat ze voor zichzelf kunnen zorgen. Ik heb ze bijvoorbeeld al op jonge leeftijd leren koken. Gisteren kreeg ik een snapchat van mijn oudste dochter, die op kamers woont, van een aanrecht vol gesneden groentes. Ze schreef erbij dat ze voor een week aan het koken is. Zo leuk, dat heb ik dan toch goed gedaan.”

‘NATUURLIJK BEN IK OOK ONZEKER! Ik wantrouw mensen die beweren dat ze het niet zijn’

Je oudste twee zijn al uit huis, vind je het moeilijk om ze los te laten?

“Het is een beetje dubbel. Ik vind het belangrijk dat ze zich ontwikkelen. Dat is een natuurlijk proces, uit huis gaan hoort daarbij. Neemt niet weg dat het best heel stil is in huis en ik ze ook mis. Wat ik heel fijn vind, is dat we heel open zijn tegen elkaar. Ze kunnen met alles bij mij terecht. Loslaten is ook vertrouwen. Op het moment dat je weet: het zit goed, het zijn kinderen die moreel alles goed op een rij hebben, die niet met iedereen meewaaien, weten wie ze zijn en waar ze naartoe willen, dan kun je ze ook gemakkelijker loslaten. Wat, nogmaals, niet wil zeggen dat het makkelijk voor me is. Hoera voor social media, denk ik altijd. Ik zit met mijn kinderen op snapchat, zo houd ik een beetje voeling met waar ze mee bezig zijn. Ik snap het studentenleven en dat ze niet willen dat hun ouders alles zien waar ze mee bezig zijn, maar ik krijg ook foto’s van kratten bier en aanverwanten, want dat vertrouwen is er onderling. Maar ik ben wel hun moeder, niet hun vriendin. Ik kan op een gegeven moment ook echt zeggen: ‘Wat je nu doet, kan echt niet. Ga er even over nadenken, want dit is niet oké.”

Zijn jullie al plannen aan het maken voor als straks nummer drie de deur uit gaat?

“Ja, zo nu en dan zijn Berry en ik wel aan het brainstormen over onze toekomst. We houden enorm van reizen. En dan niet van die verre trektochten door de Andes, maar gewoon rondzwerven door Europa of Amerika. Het hoeft niet zo heel ver van mij. En ja, waarschijnlijk ga ik dan onderweg gewoon schrijven, reizen inspireert nu eenmaal.”

 

 

Jullie zouden weer samen een boek kunnen schrijven?

“Ja, wie weet gaan we dat dan ook doen. Het zit er nu even niet in. De thrillers die ik met Berry heb geschreven onder de naam Escober zijn snoeihard. Ik zit nu in de periode in mijn leven dat ik daar wat minder mee kan en wil. De wereld komt de laatste tijd al hard genoeg binnen. Ik heb met Nazomer een slow read geschreven. Geen moord en doodslag, maar een verhaal over familie en ambitie, over uitvliegen en thuiskomen. Die zachtheid en nuance heb ik in de afgelopen jaren opgezocht. De komende projecten worden weer solothrillers. En voor Berry maakt het niet zo veel uit. Die heeft die drang om te schrijven minder dan ik.”

Jullie zijn jeugdliefdes en al 31 jaar samen. Wat maakt dat je nog steeds blij wordt als hij binnen komt lopen?

“Ik denk dat dat vooral komt omdat we altijd in elkaar zijn blijven investeren. Ik vind het belangrijk om er goed uit te blijven zien voor hem, hij ook voor mij. Kinkt misschien heel oppervlakkig, maar voor ons is het belangrijk. Net zoals dat we ons realiseren dat het niet vanzelf komt. Ik denk dat we daarin ook wel redelijk realistisch zijn en ook wel weten dat het gras bij de buren niet groener is. Je denkt twee weken lang dat het heel groen is, en dan zit je toch weer in hetzelfde stramien. Ik denk ook dat Berry en ik goed bij elkaar passen, juist omdat we ook heel verschillend zijn. Daar zijn we constant mee bezig, om elkaar te laten groeien, maar ook om daarin onze eigen grenzen aan te geven. Het komt ons niet aanwaaien. We hebben geregeld knallende ruzie. Dat je tegenover elkaar staat van: wat wil ik nog met jou? De volgende dag vliegen we elkaar toch weer in de armen en gaan we een oplossing verzinnen. Ik kan me nog herinneren dat er een periode was dat de kinderen nog een stuk jonger waren, ik veel aan het werk was en Berry voornamelijk de zorg voor de kinderen op zich nam, waardoor we elkaar uit het oog aan het verliezen waren. Op een gegeven moment hebben we besloten om elke vrijdagavond oppas te regelen en samen ergens naartoe te gaan waar we konden praten. Dat hebben we een jaar of twee gedaan, elke vrijdagavond. Soms gingen we ergens eten, of liepen we door de stad. En dat was vaak romantisch, maar even zo vaak leek het alsof we een bedrijf moesten runnen en we onderling functioneringsgesprekken hadden. Maar ja, liefde is een werkwoord en het heeft er wel voor gezorgd dat we nu nog steeds samen zijn.”

Je bent op dit moment in je hoofd alweer bezig met een nieuw boek. Is er nog een bepaalde onzekerheid?

“Ja, natuurlijk. Bij elk boek opnieuw. Absoluut. Ik weet inmiddels dat je moet gaan oppassen op het moment dat je dat niet meer hebt. Want als je denkt dat je er bent, ben je dus aan het inkakken. Dan sluipt de luiheid erin. Ik vind het fijn om mezelf steeds weer uit te dagen, net op een andere manier dingen op te schrijven, dieper in te gaan op bepaalde onderwerpen.”

Ben jij ook onzeker?

“Natuurlijk! Ik wantrouw mensen die beweren dat ze niet onzeker zijn. Dan denk ik: je kunt het heel goed maskeren. De schrijfster in me is uitstekend ontwikkeld, maar ik kan echt tobben over de vraag of ik als mens wel genoeg doe voor de wereld. Ik ben parttime vegetariër, eet af en toe heel bewust veganistisch en heb al twee jaar geen zoogdieren meer gegeten, maar vind vis en kip te lekker om helemaal af te zweren. Ik heb een hond uit een asiel in Spanje gered, maar heb plaats voor veel meer honden. Moet er dan niet één bij? Doe ik het wel goed als partner? Als moeder? Als dochter? Investeer ik genoeg tijd in iedereen?

Ben ik niet te egoïstisch altijd maar met mijn schrijven bezig? Zeg ik de dingen wel op een juiste manier, flap ik er niet te vaak iets uit? Ik denk dat iedereen dat wel dat soort onzekerheden heeft. Daar sus ik mezelf ook wel weer mee in slaap: je bent niet de enige, dus het mag.”

 

ESTHER ZIEN?

Esther komt dit jaar naar Margriet Winter Fair. Op 21,22 en 23 november is ze in het Margriet Huis en zal ze onder meer haar boeken signeren. Esther: “Ik vind het ontzettend leuk dat Margriet Winter Fair dit jaar in de Brabanthallen is. Dat is bij mij om de hoek. Nu kan iedereen meteen zien hoe mooi Den Bosch is, een heerlijke stad met veel historie en middeleeuwse straatjes om doorheen te zwerven, volop fijne horeca, cultuur en leuke winkels. En met Bosschenaren maak je heel makkelijk contact; een bekend gezegde is dat Bosschenaren niet onder water kunnen zwemmen omdat ze hun mond niet dicht kunnen houden! Vanuit het slaapkamerraam van mijn schrijfhuisje kijk ik ’s avonds naar de verlichte kerktoren van de Sint-Jans­kathedraal. Prachtig! En een mooi beeld om bij in slaap te vallen.”



<<< Overzicht